In het artikel 'School moet leuk zijn, dus het 'boek' is uit de gratie' uit de Volkskrant van 22 maart, schrijft Martin Slagter dat een gebrek aan schriftelijke taalvaardigheid een grote rol speelt in het proces van ontlezing. Omdat jongeren te weinig les en training krijgen in schriftelijke taalvaarigheid, zouden veel jongeren niet in staat zijn om een literaire tekst of een journalistiek artikel op elementair niveau te begrijpen, waardoor zij nauwelijks boeken en kranten zouden gaan lezen.
Ik ben het niet met zijn standpunt eens. Meneer Slagter geeft de indruk dat er slechts één soort jongere is, die de hele dag bezig is met allesbehalve school. Dit is helemaal niet zo. Ook zegt hij dat er op het vmbo maar één uur Nederlands in de week gegeven wordt, maar hij zegt niet dat er op andere schoolniveau's veel meer uren Nederlands in de week gegeven worden.
Hij schrijft dat er slechts aan de 'leuke' mondelinge aspecten van de Nederlandse taal aandacht besteed wordt besteed op school. Hier ben ik het totaal niet mee eens. Op school wordt veel geoefend met teksten schijven, maar ook moeten er boeken worden gelezen voor Nederlands. Er wordt ook aandacht besteed aan dingen als presenteren, maar mij lijkt het zeker nodig om dit ook te oefenen.
Ik vind dus dat Martin Slagter een heel ander beeld schept van de jongeren dan hoe het bij veel jongeren is. Op school wordt wel degelijk aandacht besteed aan schiftelijke taalvaardigheid, en veel jongeren hebben meer dan één uur Nederlands in de week. Ook worden er op school heus wel goede boeken gelezen.